In tegenstelling tot een éénmanszaak is het privévermogen van een ondernemer in een vennootschap Afgeschermd. Wie geld tegoed heeft van een vennootschap kan dus niet aankloppen bij de bestuurder of aandeelhouder van die vennootschap om betaling te krijgen. Sommige ondernemers maken hier misbruik van. De muur is stevig maar kan echter doorbroken worden.

Aansprakelijkheid: het verschil tussen vennootschap en éénmanszaak

Tussen de vennootschap en haar bestuurders/aandeelhouders staat een spreekwoordelijke muur. De vennootschap heeft rechtspersoonlijk, dus een eigen identiteit in het recht, en heeft een eigen vermogen. De schulden van de vennootschap zijn in principe geen schulden van de bestuurder of aandeelhouder. Wie geld tegoed heeft van een vennootschap kan dus niet aankloppen bij de bestuurder of aandeelhouder van die vennootschap om betaling te krijgen. Dit ligt anders bij een eenmanszaak. Bij een eenmanszaak staat de ondernemer in met zijn gehele vermogen. Er is dus geen verschil tussen het privévermogen van de ondernemer en het vermogen van de eenmanszaak.

In de praktijk zien we dat ondernemers soms hiervan gebruik maken om moedwillig hun vennootschap te “plunderen” door gelden naar het eigen privévermogen door te sluizen, om vervolgens de vennootschap te laten failliet gaan. De schuldeisers van de vennootschap blijven met lege handen achter en de zaakvoerder geniet van de centen waarmee in feite de facturen van de vennootschap moesten betaald worden. De muur is stevig maar kan echter doorbroken worden.

 

Hoe uw openstaande facturen terugvorderen?

In de eerste plaats door gebruik te maken van de aansprakelijkheidsregeling voorzien in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. De leden van het bestuursorgaan zijn tegenover de vennootschap én tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die ontstaan is door overtredingen van het WVV of de statuten van de vennootschap. Elke bestuurder kan met andere woorden aangesproken worden om zelf volledig in te staan voor vergoeding van de schade aan de betrokken benadeelde(n). Dit geldt echter voor fouten in het bestuur en de schade die hierdoor werd veroorzaakt. Die fouten zijn niet altijd eenvoudig aan te tonen en zijn zelden de oorzaak van een wanbetaling.

 

De liquiditeitstest

Met de invoering van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is er voor schuldeisers van een vennootschap evenwel een bijkomend middel bijgekomen om betaling van hun openstaande facturen te verzekeren, met name de invoering van de liquiditatie-en balanstest. Deze regeling moet verhinderen dat er vermogen (onder meer via dividenden en tantièmes) wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders ten nadele van de schuldeisers van de vennootschap. Om tot uitkeren over te kunnen gaan moet voldaan zijn aan een dubbele uitkeringstest.

Enerzijds moet de liquiditeitstest ervoor zorgen dat de BV over voldoende liquide middelen blijft beschikken om haar verplichtingen aan de schuldeisers over minstens 12 maanden na te kunnen komen.

Anderzijds is er de balanstest die moet staven dat uitkeringen er niet toe leiden dat de solvabiliteit in het gedrang komt. Het uitvoeren van de liquiditeitstest is verplicht in de BV, niet in een NV.

Share This