Op 14 augustus 2021 werd een wet aangenomen tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties; De wijzigingen zijn minimaal.

Ondernemingen ondervinden nog steeds problemen met het betaalgedrag van hun professionele klanten.

De wetgever stelde vast dat steeds meer Belgische ondernemingen hun leveranciers later dan de afgesproken termijn betalen. Daarnaast proberen vooral grotere ondernemingen hun positie te gebruiken om langere betaaltermijnen af te dwingen. Volgens 3 op 4 kmo’s gebruiken grotere ondernemingen hun machtspositie om langere betaaltermijnen te krijgen. Voor ondernemingen betekent dit een aanslag op de liquiditeit van hun onderneming.

De wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties slaagt er onvoldoende in om het betaalgedrag tussen ondernemingen te verbeteren. Deze wet legt nochtans een betalingstermijn op van 30 kalenderdagen indien er geen datum of termijn voor betaling wordt afgesproken in een contract. Ondernemingen kunnen deze termijn omzeilen door een betalingstermijn contractueel overeen te komen. De partijen kunnen zelfs een termijn van meer dan 60 kalenderdagen overeenkomen zolang de afspraken niet kennelijk onbillijk zijn.

Grotere ondernemingen misbruiken vaak hun positie om langere betaaltermijnen af te dwingen.

De wet van 14 augustus 2021 beoogt om de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties te verstrengen en de achterpoortjes te sluiten. Zo mogen ondernemingen met andere ondernemingen geen betalingstermijn meer overeenkomen die langer dan 60 kalenderdagen bedraagt. Door een duidelijke termijn in de wet op te nemen, zullen ondernemingen geen druk meer kunnen zetten om contractueel een zeer lange betalingstermijn af te spreken. De maximumtermijn van 60 dagen is ook naar analogie met wat de wet ten aanzien van de overheid als schuldenaar bepaalt.

 

Contractuele afspraken over de ontvangstdatum voortaan verboden

Daarnaast mag de procedure voor aanvaarding of controle van de goederen of diensten geen achterpoortje meer zijn om de termijn te rekken. Deze procedure moet voortaan integraal deel uitmaken van de uiteindelijke betaaltermijn.
Naar analogie met handelstransacties tussen een onderneming en een overheidsinstantie, is ook voor handelstransacties tussen ondernemingen onderling de contractuele afspraken over de ontvangstdatum voortaan verboden. Bovendien bepaalt de nieuwe wet dat de schuldenaar verplicht is om alle nodige informatie te bezorgen aan de schuldeiser, zodat deze de factuur kan opmaken binnen de wettelijk voorziene termijn bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

 

Intresten verschuldigd in geval van laattijdige betaling

Ten slotte moet ook vermeden worden dat ondernemingen druk zetten op hun schuldeiser om geen interest te vragen ook al wordt het verschuldigd bedrag niet op tijd betaald. De wet van 2 augustus 2002 voorziet enkel in een recht voor de schuldeiser. Nu bepaalt de wet uitdrukkelijk dat intresten verschuldigd zijn in geval van laattijdige betalingen. Dit gebeurt automatisch, zonder dat hiervoor een ingebrekestelling vereist is.

Share This