Bij de Raad voor het Verbruik gingen vertegenwoordigers van consumentenorganisaties en van producenten, distributeurs en de middenstand opnieuw uiteen zonder akkoord over twee belangrijke punten: de begrenzing van de nalatigheidsinteresten enerzijds en de invordering van onbetwiste B2C-facturen anderzijds.

Voor de consumentenvertegenwoordigers moeten de vergoedingen bij een te late of onvolledige betaling afhankelijk van het verschuldigde bedrag op forfaitaire basis worden bepaald. De interesten moeten bovendien worden beperkt tot het wettelijke tarief vermeerderd met 10% en de herinneringskosten tot maximaal 7,5 euro.

Zelfstandigen en kmo’s willen een betere bescherming tegen wanbetalers

Dat is absurd volgens de producentenvertegenwoordigers, die er met name aan herinneren dat de schade die een onderneming lijdt door de niet-naleving door de consument kan verschillen naargelang van zowel de sector waarbinnen het bedrijf actief is als de verkochte goederen of diensten.

Zelfstandigen en kmo’s willen een betere bescherming tegen wanbetalers en vragen om de procedure voor onbetwiste facturen die al in B2B wordt toegepast, uit te breiden naar B2C.

Die procedure heeft drie voordelen:

  • ze is sneller en goedkoper
  • maakt het ook mogelijk om van bij het begin de solvabiliteit van de schuldenaar te bepalen

In dit geval zijn het de consumentenvertegenwoordigers die zich verzetten. Zij merken op dat een dergelijke procedure niet kan worden ingevoerd voor de consument, omdat de wetgever die laatste “een apart en beschermd statuut” heeft verleend.

Een patstelling, met andere woorden.

Bron: TrendsTOP

Share This