De Pauliaanse vordering, efficiënt beschermingsmechanisme bij invorderinge

Feb 25, 2022 | Invorderingen

Hoe zich te verzetten tegen bedrieglijke onvermogendmaking van zijn schuldenaar. Niet iedereen is te goeder trouw.

Zo komt het in de praktijk voor dat mensen met schulden zich met de hulp van vrienden of familie bedrieglijk onvermogend maken zodat zij hun schuldeisers niet moeten terug betalen.

Voorbeelden van onvermogendmaking

Een klassiek voorbeeld is dat de schuldenaar zijn wagen sterk onder de waarde of voor een symbolische prijs verkoopt aan een vriend om er vervolgens zelf nog mee te blijven rijden.

Een gekende tactiek met betrekking tot onroerend goed is dat de eigenaar de naakte eigendom over zijn woning weg schenkt aan bijvoorbeeld zijn kinderen, maar overeenkomt dat hij het vruchtgebruik behoudt zodat hij er levenslang kan in blijven wonen.

Bij ondernemers zien we dan weer dat zij voor het faillissement nog vlug hun inboedel “verkopen” tegen een veel te lage prijs aan zichzelf of een andere aan hen verbonden vennootschap zodat zij er later nog gebruik van kunnen maken.

In al deze voorbeelden wordt de schuldeiser benadeeld omdat het vermogen van zijn schuldenaar verkleint en de kans op een succesvolle recuperatie van zijn schuldvordering hierdoor ook vermindert.

Kan ik als schuldeiser hier tegen opkomen?

Het antwoord is ja.

Het principe is dat een overeenkomst slechts gevolgen heeft tussen de partijen die betrokken zijn bij de overeenkomst. Volgens het beginsel van de relatieve werking van overeenkomsten (artikel 1165 van het Burgerlijk wetboek) kunnen de interne gevolgen van een overeenkomst enkel tussen de contractspartijen worden afgedwongen en heeft een derde er geen uitstaans mee.

Hij moet het bestaan ervan erkennen maar kan er geen rechten of plichten uit putten. Als schuldeiser bent u een derde ten aanzien van de (bedrieglijke) overeenkomst die u schuldenaar sluit met een bevriende relatie.

De Pauliaanse vordering

Dit betekent dat u als schuldeiser de constructie die u schuldenaar heeft opgezet met het oog zich te verarmen, moet ondergaan. De Wet voorziet evenwel in een opening om in te breken in die constructie, de zogenaamde pauliaanse vordering.

Met toepassing van artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek kan een schuldeiser in eigen naam opkomen tegen de rechtshandeling die zijn schuldenaar met bedrieglijke benadeling van zijn rechten heeft gesteld. Wanneer de schuldeiser zich verzet tegen bijvoorbeeld de bedrieglijke verkoop die zijn schuldeiser heeft gedaan, en hij krijgt gelijk van de rechtbank dan zal die verkoop hem niet tegenwerpelijk zijn.  

Toepassingsvoorwaarden voor invordering

Er zijn wel enkele toepassingsvoorwaarden die moeten vervuld zijn alvorens men zich succesvol kan beroepen op een pauliaanse vordering.

Datum schuldvordering

De schuldvordering moet dateren van vóór de datum waarop de aangevochten handeling werd gesteld. De bedrieglijke handeling moet dus gesteld worden nadat de schuld is ontstaan.

Verarming van de schuldenaar

De aangevochten handeling moet tot een verarming van de schuldenaar hebben geleid dan wel de schuldeiser in zijn verhaalsmogelijkheden ten opzichte van de schuldenaar hebben benadeeld.

Klassiek voorbeeld van verarming betreft de situatie waarin de schuldenaar een goed tegen een veel te lage prijs heeft verkocht. Indien daarentegen het ene goed het vermogen van de schuldenaar verlaat voor een ander goed (bijvoorbeeld een geldsom) die de werkelijke, marktconforme economische waarde weerspiegelt van het vermogen verlatende goed, dan zal de Pauliaanse vordering worden afgewezen aangezien de schuldvordering van de schuldeisers evengoed kunnen worden uitgewonnen op het nieuwe goed.

Bedrog gepleegd door de schuldenaar

Als derde vereiste is er bedrog gepleegd door de schuldenaar. Het volstaat dat de schuldeiser kan aantonen dat de schuldenaar wist of behoorde te weten dat hij zichzelf verarmde door zijn solvabiliteit te verkleinen of de verhaalsmogelijkheden van zijn schuldeiser te beperken. 

Rechtshandelingen onder bezwarende titel

Dient de derde waarmee de schuldenaar heeft gecontracteerd al dan niet te weten dat de schuldenaar door zijn handelen de schuldeiser heeft verarmd? Bij rechtshandelingen onder bezwarende titel (bv een verkoop) zijn deze slechts niet tegenstelbaar aan de schuldeiser indien de derde op de hoogte was of dit redelijkerwijze behoorde te weten dat door mee te werken aan deze handeling de rechten van de schuldeiser werden benadeeld. Bij rechtshandelingen (bv een schenking) kunnen deze niet tegenstelbaar worden gesteld aan de schuldeiser zelfs indien de derde niet op de hoogte was en hij dit ook niet behoorde te weten.

Conclusie

De pauliaanse vordering kan dus als een efficiënt beschermingsmechanisme worden aangewend tegen bedriegers die zich aan hun schuldeisers proberen te onttrekken.

Share This